Inclusieve geschiedenis op de Historicidagen

Afgelopen week vonden in Groningen de Historicidagen plaats, een tweejaarlijks evenement dat op initiatief van de KNHG wordt georganiseerd dat een platform biedt aan allen die beroepsmatig met het verleden bezig zijn. Het thema van deze editie was inclusieve geschiedenis, met vragen als: hoe inclusief zijn de thema’s waar historici zich mee bezighouden, wie schrijft welke geschiedenis, hoe inclusief zijn de bronnen die we gebruiken?

Met de onderzoeksgroep van Dealing with Disasters in the Netherlanders was ik ook aanwezig op de Historicidagen. In ons panel, ‘Rampen, solidariteit en inclusiviteit’, gingen we na op welke manieren solidariteit in Nederland tot uiting kwam na rampen, van de zestiende tot de negentiende eeuw. We vroegen ons onder meer af hoe inclusief deze solidariteit nu eigenlijk was. Het was een gevarieerd panel: zo leerde Hanneke van Asperen de toehoorders anders kijken naar een prent uit de achttiende eeuw en zongen we rampliederen onder leiding van Lotte Jensen.

In mijn bijdrage, een bewerking van een paper dat ik eerder in Durham presenteerde, zette ik vraagtekens bij het beeld dat rampen in de negentiende eeuw aanjagers waren van nationale naastenliefde en maatschappelijke betrokkenheid. Hoewel dichters na rampen en stadsbranden vaak het nationale gemeenschapsgevoel predikten, had dit discours sterke conservative implicaties en bestendigde het hiërarchische maatschappijverhoudingen, een gedachte die eerder door letterkundige Laurens Ham is verwoord. Heel inclusief was solidariteit na rampen niet, zo betoogde ik in Groningen.

Fotograaf: Paul Hulsenboom

Rampen, solidariteit en elitepaniek

Waarom streven Nederlanders na grootschalige rampen toch vooral eenheid en verzoening na? Was dit in het verleden ook zo? Welke functies hebben solidariteitsgevoelens in een context van chaos en catastrofe? Collega Adriaan Duiveman en ik werden onlangs geïnterviewd over ons onderzoek binnen het NWO-Vici-project Dealing with Disasters in the Netherlands. Lees het hele interview op Radboud Recharge, de onderzoekswebsite van de Radboud Universiteit.

Kruiend ijs te Asperen, 1809, A. Lutz, Rijksmuseum Amsterdam

Onderzoeksteam naar Durham

Van 22 tot en met 24 juli vindt in Durham (Verenigd Koninkrijk) de Early Modern Studies Conference plaats, een grootschalig, intedisciplinair congres over de periode van circa 1450-1800. Met leden van het onderzoeksteam zal ik daar het NWO-Vici-project Dealing with Disasters in the Netherlands aan een internationaal publiek presenteren. Het paper dat ik in Durham ga presenteren heet ‘The Politics of Disasters’ en zal dieper ingaan op de ideologische, vooral behoudende implicaties van het rampendiscours in de vroege negentiende eeuw.

Collega-promovendi Marieke van Egeraat, Lilian Nijhuis en Adriaan Duiveman zullen binnen datzelfde panel ook over hun onderzoek vertellen.

World Heritage Site Visitor Centre, Durham, waar het Institute of Medieval and Early Modern Studies  gehuisvest is.

De mediageschiedenis van Maurice de Hond


Maurice de Hond, 1982 (door Marcel Antonisse / Anefo – Nationaal Archief, CC BY-SA 3.0)

In verkiezingstijd ligt controverse op de loer. Dat geldt voor politici maar zeker ook voor opiniepeiler Maurice de Hond, decennialang de lievelingspeiler van Hilversum. Begin mei maakte De Hond op zijn website bekend niet langer mee te willen werken aan Peilingwijzer van de Leidse politicoloog Tom Louwerse. Dit past in een patroon: met het creëren van controverse speelde De Hond in op de medialogica rond het gebruik van opiniepeilingen. Voor geschiedenisweblog Over de Muur schreef ik een bijdrage waarin ik deze medialogica historisch duidde. Deze bijdrage is hier te lezen.